Verworven recht? Zo gemakkelijk niet!

Hoge Raad heeft in een overweging ten overvloede bepaald wanneer een bepaalde gedragslijn van een werkgever een arbeidsvoorwaarde schept.

Volgens de Hoge Raad laat de vraag of er sprake is van een zogeheten “verworven recht” zich niet in algemene zin beantwoorden.

Het komt – zoals de Hoge Raad al in het Haviltex-arrest bepaalde – altijd weer aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan elkaars gedragingen mochten toekennen.

In dit verband komt volgens de Hoge Raad betekenis toe aan de volgende gezichtspunten:

de inhoud van de gedragslijn;

de aard van de arbeidsovereenkomst en de positie die de werkgever en de werknemer jegens elkaar innemen;

de lengte van de periode gedurende welke de werkgever de desbetreffende gedragslijn heeft gevolgd;

hetgeen de werkgever en de werknemer in verband met deze gedragslijn jegens elkaar hebben verklaard of juist niet hebben verklaard;

de aard van de voor- en nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gedragslijn voortvloeien, en;

de aard en de omvang van de kring van werknemers jegens wie de gedragslijn is gevolgd.